IJzerenberg 2012

Ooit werden grote figuren uit onze geschiedenis met een standbeeld vereerd, maar die tijd is voorbij. Ze moeten plaats ruimen voor ondergrondse parkings en vernieuwde stadsaanleg. Ze worden verbannen naar obscure plaatsen of verdwijnen in stadsdepots.Maar af en toe weet een kranige ouderling aan de vergetelheid te ontsnappen en strompelt naar zijn oorspronkelijke plek, als hij die nog terugvindt.
Edward De Maesschalk

 L’Artiste-icle

L’Artiste-icleFrenet 1130, B.6686 Bertogne, Belgique                                                                                                                                                      Joviale ingression en l’enceinte casteline                                                                                                                                                                         « Joviale ingression ! Joviale ingression ! Or donc messire sergent, auriez-vous toute mesure perdue, raison égarée, pour nous faire entendre pareilles billevesées ? »« Vous nous chantez, l’air réjoui, comme si à votre tâche vous n’aviez point failli, qu’envahisseurs (par quelques perfides manoeuvres à n’en pas douter !) en nos murs se sont immiscés et qu’ils l’ont fait sans nulle autre visée que de nous ravir par leur présence !? »« Vous vous moquez ! Cela ne se peut, cela n’est point ! »« Et pourtant, Belle Dame, Beau Seigneur, il en va ainsi de la chose, ces personnages, semblant sortis d’oeuvres empreintes de Rabelais et De Coster, n’ont manifestement pour intentions que de nous réjouir, nous ravir, nous offrir leurs silhouettes quelque peu replètes toutes empreintes de bonhomie, de gentillesse et non pas de nous porter par quelque estoc fatal la malemort. » Voila ce que pourrait être, si tant était qu’il fut encore ainsi peuplé, les échanges entre gens du château au sujet des sculptures créées par Raphaël De Bois qui, avec forte présence disons-le, occupent les lieux enceints. Il n’est qu’à les voir, ces enfants de Raphaël De Bois, installés dans les cours, les prés, les salles, rayonnants de malice, d’espièglerie, toujours souriants, avec un petit quelque chose dans l’allure, la tenue de capon, de fripon, de polisson, qui fait qu’une immense affabilité en émane et qu’il est impossible de ne pas les accompagner en leur voyage immobile vers les rives du bonheur simple : celui de profiter de l’instant, en l’instant pour l’instant et rien d’autre. Dire que Raphaël De Bois a réussi par l’entremise de ses messagers porteurs d’agréables missives, de nouvelles apaisantes, qu’il nous donne à profiter de par ses sculptures, une merveilleuse ode à la vie est un euphémisme, c’est plutôt un oratorio, voire une nouvelle liturgie glagolitique, qui nous est proposée par l’Artiste, tant toutes ses créations débordent d’une énergie bienfaisante rayonnant une quiétude quasi suave dont on n’a aucunement honte de s’imprégner, tant les effets, immédiatement ressentis, sont bénéfiques, jubilatoires et apaisants. En effet, les oeuvres présentées ne sont pas de simples allégories au bonheur, des allusions à de quelque peu benoîtes, voir naïves, attitudes face à l’existence, mais les avatars des préceptes gouvernant les accès aux terres du contentement.Mai 2011

Frederico Dovesi

 Een tekenende verteller

Raphaël De Bois is intussen uitgegroeid tot een tekenende verteller van saillante verhalen en tot een sculpteur van formaat, de vriend en evenknie van alle grote beeldhouwers, dode en levende, uit onze wildste dromen . Zijn beelden lijken als vanzelf onder zijn vingers te ontstaan, uit de losse, fel geïnspireerde pols van een ernstig bezig zijnde speelvogel, een voortdurende nieuwe, zeer oorspronkelijke fantasieën en fantasmen zoekende en vindende spelende mens, een beweeglijke geest die niet op zoek gaat naar een realistische weergave van het model dat hij in zijn klokhuis, in de weiden en velden van zijn geest, voor zich ziet, maar des te daniger graaft naar de aard en staat en wezen, die omstandigheid en gesteltenis van het karakter, la condition humaine et ses bêtises, die rare, bizarre chimiek die achter de opperhuid, het vel, de voorhoofdsnaad aan het huppelen is en veelal op een wreedste wijze op hol slaat. De kleur, die onbedekte tinten zoals wij die in onze arrogante jaren zagen en wensten te zien, de frisse open blik op de dingen, zij doen ons hunkeren en ook wel hopen dat niet alles is verloren, niet alles naar de hondenkloten is. En ook dit laatste is van allergrootste importentie, en maakt dat goede Raphaël een schepper van buitengewone proporties is : hij brengt ons troost door schoonheid die een vreugdevolle grim, een frisse humorvolle ironie in zich met zich mede draagt. En is zulks niet, mijne zeer lieven, de opdracht van elke waarlijke kunst, choqueren door schoonheid, door onbeschrijflijk genezingwekkende, balsemende en troostende schoonheid ?

Pjeroo Roobjee

 Het portret

In een portret wordt de tijd gestopt, de klok staat definitief stil, en dat in schril contrast met het ouderdomsverschijnsel. Je haren vallen uit of vergrijzen, de ogen wijzigen en noem maar op. Het portret is in de plastische kunsten omniaanwezig en dus sluit Raphaël De Bois zich aan bij deze edele traditie. Waar tijdens de Renaissance de waardigheid van de mens centraal staat en het portret dus een hommage wordt, stelt deze kunstenaar het karakter en de studie ervan centraal. Hij verheerlijkt de mens “an sich” niet, hij stelt vragen, toont een ander beeld van dat vroegere ideaal. Zijn beelden zijn niet flatterend als die van de Gouden eeuw waar burgers graag werden geportretteerd met geaccentueerde details om een status en rijkdom aan te kunnen tonen. In een zekere zin lacht Raphaël daar zelfs mee en volgt de omgekeerde beweging zoals dat wel vaker gebeurt in de moderne kunsten. Niet de verheerlijking, noch de adoratie, maar de visie op de mens wordt centraal gezet en verwerkt. Want het kan geenszins de bedoeling zijn alleen de gegeven realiteit van het onderwerp natuurgetrouw weer te geven. Het gaat niet om authentieke pasfoto’s maar om een ingreep van de artiest. Hij analyseert het gegeven beeld om er zijn interpretatie aan toe te voegen.Toch worden ook hier, en dat is een constante in het genre, de individuele kentrekken van het onderwerp, in casus de geportretteerde figuur, centraal gesteld. En dat leidt soms tot ware karikaturen. Raphaël De Bois neemt dus geen echte bestaande mensen als model, maar wel karakters en types. In die zin neigen zijn beschilderde beelden ook naar het karikaturale, maar zeker niet in de betekenis van de spotprent. Wel gaat hij ook aspecten en gelaatstrekken, bepaalde elementen accentueren en dat zeker niet zonder een gezonde en tevens relativerende zin voor humor. Hij haalt uitdrukkingen uit hun context, abstraheert elementen en dat allemaal om te komen tot een conclusie van zijn eigen karakterstudies. Het feit dat de beelden beschilderd worden, wat niet evident noch gangbaar is, versterkt de eigen visie die soms wel dualistisch lijkt in de interpretatie. Dat laat meteen heel wat ruimte over voor de toeschouwer. De kleurkeuze, de gehele werkwijze geeft weer een eigen karakter aan het geheel . Hij zet zijn beelden niet ergens achteloos in de ruimte, maar plaatst ze tussen de mensen, in het publiek, waar ze thuis horen. Zo worden ze heel aards en toch cerebraal verheven. Het lijkt wel alsof deze kunstenaar ons meeneemt op een observatiereis door het karakteruniversum waar heel wat ontastbaars gevisualiseerd wordt. Als vergroeid met zijn onderwerp, weliswaar zonder eraan vast gekluisterd te zijn, werkt hij serieel en gepassioneerd door die inspiratie geput uit het karakter. Hij bouwt aan een sfeer, aan een wereld waarin hij zijn types kan plaatsen, waarin dit alles met een knipoog evident is.

 

Bo Mandeville